Doe normaal

groepsfoto plus eiland

Theatergroep Mevrouw Jansen presenteert

Doe Normaal!

Een muzikale familievoorstelling voor alle leeftijden over je schamen voor je moeder omdat ze lesbisch is bijvoorbeeld, of omdat ze…

zingt in het openbaar, danst op feestjes, te veel praat, te lang zwijgt, zich overal mee bemoeit, dik is, dun is, lelijk is, mooi wil zijn, jong wil blijven, zich als vriendin gedraagt, je opvoedt waar je vriendinnen bij zijn, je plat knuffelt in gezelschap, te lief is, te streng is, zich uitslooft, voor zichzelf opkomt, voor jou opkomt, goede gesprekken wil voeren, zegt dat ze ook jong is geweest… enz… enz…

De kinderen van Mevrouw Jansen dumpen hun moeders op een onbewoond eiland en halen opgelucht adem. Maar hoe lang zullen ze ongemoeid hun gang kunnen gaan? En de moeders, lukt het hen om in afzondering normaal te worden? Een voorstelling over te gékke en té gekke moeders en kinderen onder het motto: gek is zo gek nog niet.

Spel: Anja van der Hoorn, Anna Kleinloog, Annelies de Bruin, Buster Stroucken, Christie de Wit, Donna van der Zee, Els van Blokland, Guurtje Schermer, Guusje van Blokland, Henriette Bannink, Inger Hansson, Masha Bink, Mira Maas, Sam de Bruin, Sarah van der Hoorn,Tessel Hovenkamp
Tekst & Regie: Hetty Kleinloog
Composities: Christie de Wit, Dominique Romeny
Arrangementen: Christie de Wit, Noortje Braat
Muziek: Noortje Braat, Thijs Cuppen
Choreografie: Stefanie Konijn
Film: Marijn de Jong
Productie: Jet Vesseur

Het volledige script van deze voorstelling is op te vragen bij Hetty Kleinloog, info@kleinloog.eu.

RAP.
(Kleinloog / De Wit)

Mus:
Moeders zijn soms loeders en de kinderen zijn hinderen
niemand kan dat stoere gevoel ooit verminderen
Maar let op: mijn ma is vet en zo is het toch maar net
ik bedoel: mijn moe is cool en ze kan een heleboel.

Refrein:
Waar moeten we ze laten?
Sinds we kunnen praten,
sinds we kunnen lopen
en hopen, ligt de wereld voor ons open.

Zwaantje:
Moeten moeders kinderen hebben nee dat is toch niet nodig
kinderen zijn voor moeders toch volledig overbodig
haal die twee uit elkaar, niets meer aan de hand
doe als moe Theresa dan is ieder uit de brand.

Duifje:
Maak van moe een liedje, maak een vrolijk melodietje
met een beetje mazzel wordt het dan toch nog een klein hitje
een cd met een boel geslijm van Abba
moeder denkt dat zij het is, my mama mia.

Beer:
Mijn moeder is te soft en dat is om van te kotsen
zij vraagt ook steeds: hoe komt het, zoon, dat wij doorlopend botsen?
Ik wil het niet, ik wil het niet, ach was ze maar heel streng
want ik wil ruzie maken met zo’n lekker teringkreng.

Wolf:
Twee moeders die constant aan mijn kop lopen te kwetteren
nog even en dan gaan die twee me werkelijk verpletteren
Dubbeldom, dubbelstom, dubbel hoepel even op
ik wil ma in stereo dit keer niet aan mijn kop.

Tijger:
Moe je moet dit eventjes ja werkelijk van mij horen
kap met met mij de hele dag aan een stuk door te storen
je moet even chillen, dat is wat wij willen
en als je dat niet heel snel doet dan ga ik heel hard gillen.

Griet:
Moeders geven goede raad en dat is nu te laat
‘baat het niet dan schaadt het niet’, dat is wat ik zo haat.
Ik wil mijn fouten maken en dan geen gedoe van moe,
je moet je bek eens houden omdat ik er nu toe doe.

(Uit: Doe Normaal. 2005).

De wereld boft met ons.
(Kleinloog / de Wit).

Refrein:
De wereld boft met ons
De wereld boft met ons
wij zijn diep en innemend en flexibel als een spons
deze lieve, oude meiden
blijven eeuwig zo bescheiden
dus we houden het voorlopig onder ons.

Ridder met staartjes, een halve jongen
met botel-de-buitel-de-bokkensprongen
fikkie stoken bij de buren
moe zei: ‘kind, speel niet met vuur en
pas toch op, straks komt er brand’.
Riddertje is op een stapel beland…
Ooit voerde iemand eendjes in ’t park
samen met haar kleine meid, Sjaantje d’Arc.

Refrein:
De wereld boft met ons
De wereld boft met ons
wij zijn diep en innemend en flexibel als een spons
deze lieve, oude meiden
blijven eeuwig zo bescheiden
dus we houden het voorlopig onder ons.

Peuter met oorpijn, doorwaakte nachten
moeder zat stil bij haar jongen te wachten
druppeltjes, een slokje water is fijn
watje met olie zo warm tegen pijn
morgen, mijn jong, doet jouw oor niet meer au
dan verf jij jouw hemel weer rood, groen en blauw…
De zorgen van moeder genazen, ja toch
heel spoedig het oortje van Vincent van Gogh.

Refrein:
De wereld boft met ons
De wereld boft met ons
wij zijn diep en innemend en flexibel als een spons
deze lieve, oude meiden
blijven eeuwig zo bescheiden
dus we houden het voorlopig onder ons.

Ballonnen en slingers, wij zijn heden blij
hoera weer een kaarsje en jaartje erbij
ach jongen, wat word je toch vreselijk groot
jij wil vast niet meer bij mammaatje op schoot
cadeautjes en pakjes en ook hamer tik
en spelletjes: hengelen, ezeltje prik…
Krap dertig jaar later: geen taart meer in huis,
mama’s kleine man hing voor mensheid aan ‘t kruis.

Refrein (SERIEUS):
De wereld boft met ons
De wereld boft met ons
wij zijn diep en innemend en flexibel als een spons
deze lieve, oude meiden
blijven eeuwig zo bescheiden
dus we houden het voorlopig onder ons.

Refrein (VROLIJK):
De wereld boft met ons
De wereld boft met ons
wij zijn diep en innemend en flexibel als een spons
deze lieve, oude meiden
blijven eeuwig zo bescheiden
dus we houden het voorlopig onder ons.

(Uit: Doe Normaal. 2005).

Lucht.
Muziek: Think van Aretha Franklin

We hebben lucht (lucht)
we gaan nu lekker onze gang.
Lucht (lucht-lucht), we zijn voor niets en niemand bang.
Laat ons gaan – laat óns gaan
laat ons daar waar wij gaan staan.
Luchtig onbevangen en een zorgeloos bestaan.
Ik zeg dat je enkel groeit
waar een wilde bloem ook bloeit.
Ik zeg dat een lach daar klinkt
op de plek waar iemand zingt.
Ik neem lucht (lucht),
ik neem de lucht, die is van mij.
Ja lucht (lucht – lucht),
alleen met lucht voel ik me vrij.
Oh adem (adem)
adem (adem) adem adem,
eindelijk adem
adem enz.

(Overweging:)
Vrije vogels stikken nooit
en een vis heeft het nooit benauwd (benauwd).
Bonte koeien maken zelf wel uit
wanneer het gras weer eens wordt herkauwd.
Jeah, lucht leeft, lucht maakt blij,
jeah, alle lucht is van jou en mij.

(couplet geschrapt)

Adem in
en adem uit,
proef het leven
in elke porie van je huid.
Wij nemen adem
adem
adem enz.

(Uit: Doe Normaal. 2005).

Droom.
(Kleinloog / Romeny)

Droom, droom, droom,
droom maar wilde dromen
laat heksen en monsters maar komen
stop als u het blieft toch een kroko in bed
wat schaduwen geven ons altijd veel pret,
of zijn het gewoon saaie bomen?
Droom, droom, dromen.

Droom, droom, dromen,
droom maar wilde dromen
laat nachtelijke merries maar komen,
want de wilde dieren die lusten we rauw
dus stuur al die hengsten en merries maar gauw
en liever dan niet van die slomen.
Droom, droom, dromen.

Droom, droom, dromen,
Droom maar wilde dromen
laat mieren en spinnen maar komen
want die kleine kruipers die deren ons niet
we roepen: ‘he jij daar pas op of ik schiet,
we gaan jullie bakken of stomen.’
Droom, droom ,dromen.

Droom, droom, dromen,
droom maar wilde dromen
laat dat schaap met die voetjes niet komen
want rustige nachten die komen nog wel
voor ons is het leven toch nog een groot spel
elk uur is voor ons meegenomen.
Droom, droom, dromen.

(Uit: Doe Normaal. 2005).

De vreugde van de voorbeeldigheid.
(Kleinloog / De Wit)

Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg en beter
en doe maar netjes heel beleefd ontzettend braaf
en als je eet wees dan een pinkje-hooghoud-eter
gedraag je in de buurt van ouders als een slaaf.

Spreek niemand tegen doe alsof je niet kan denken
zeg ja en amen knik en buig zoals het riet
wees dankbaar voor hetgeen je ouders daaglijks schenken
besef: een kind bestaat in diepste wezen niet.

Refrein:
En als je dat zo doet dan maakt je hart opeens een sprong je mond die zong je bent ineens verblijd je bent een wijze meid.
Het is een gift van de natuur, van God en Glorie.
Het is de vreugde van voorbeeldigheid.

Geef nooit een krimp en doe alsof je niet kan voelen
en houd die waterlanders immer binnenboord
bedenk dat ouders alles goed voor je bedoelen
zo worden jouw emoties in de kiem gesmoord.

Wees toch niet wild en woest waanzinnig uitgelaten
van gillend springen word je niet verstandig oud
en als het even kan, toe, houd dan op met praten,
kletsen is nikkel en het zwijgen is van goud.

Refrein:
En als je dat zo doet dan maakt je hart opeens een sprong je mond die zong je bent ineens verblijd je bent een wijze meid.
Het is een gift van de natuur, van God en Glorie.
Het is de vreugde van voorbeeldigheid.

(Uit: Doe Normaal. 2005).

Moeder en Kind.
(Kleinloog / De Wit)

1. moeders:
Waar is die goede oude tijd waarin wij alles beter wisten?
Iedere zaterdag was het weer raak,
hielden wij borden omhoog met: Vrouw Staak!
Ageerden wij boos tegen de anti-kraak.
Wij waren de idealisten.

2. kinderen:
In deze goede, nieuwe tijd laten kinderen zich niet kisten.
Wordt iets besloten? Wij praten wel mee,
we zijn o zo mondig, zelfstandig voor twee
wij zijn in het hier en het nu zeer tevree.
Wij zijn echte realisten.

3. moeders:
Waar is die goede oude tijd waarin wij alles beter wisten?
We werden de baas over alles, vooral buik.
Verklaarden de dood aan die engerds in struik.
We zagen het huwelijk als gruwelijk en fuik.
Wij waren de feministen.

4. kinderen:
In deze goede, nieuwe tijd laten kinderen zich niet kisten.
Is er een feestje? Wij zijn er dan bij,
we dansen en lachen en zingen zo blij
geen zorgen voor morgen, vandaag is voor mij.
Wij zijn posi-optimisten.

(Uit: Doe Normaal. 2005).

Nooit uit.
(Kleinloog / Romeny)

Refrein:
Nooit uit met je moeder, nooit uit.
Vrienden, liefdes die verbleken,
deze band kan niet verbreken,
met je moeder gaat het levenslang niet uit.

Er is een mens op de wereld, die je soms echt haten kan
die je regelmatig graag zou willen killen,
want ze doet zo onuitstaanbaar en je krijgt er soms wat van
met z’n tweeën ga je krijsen en ook gillen.
En dan sla je met de deur en denk je: mens ik kom nooit terug,
dit is de dag waarop ik werkelijk weg ga lopen.
Maar na drie blokjes om, dat moment dat komt vaak vlug
lach je samen weer en gaat je hart weer open.

Refrein:
Nooit uit met je moeder, nooit uit.
Vrienden, liefdes die verbleken,
deze band kan niet verbreken,
met je moeder gaat het levenslang niet uit.

Er is een mens op de wereld, waarbij je klierig wezen kan
onuitstaanbaar en een monster en een loeder,
die je allerslechtste kant kent en daar houdt ze ook nog van,
want ze houdt van jóu, dat mens dat is je moeder.
Slordig, rommelig en onredelijk, niemand kent je zo als draak,
je maakt ruzie met je moeder bij het leven.
Maar na mokken op je kamer, want het was een keer weer raak,
geef je vlug een zoen en alles is vergeven.

Refrein:
Nooit uit met je moeder, nooit uit.
Vrienden, liefdes die verbleken,
deze band kan niet verbreken,
met je moeder gaat het levenslang niet uit.

(Uit: Doe Normaal. 2005).

Ballade van de misgeschoten astronaut.
(Kleinloog / De Wit).

In de courant, bij de mini-rubriek
viel eens mijn oog op een wervende tekst met een kiek.
Gezocht: ‘astronaut, liefst een knappe’,
nou wat denk je, dus ik meteen happen.
Op maandagochtend toog ik naar ‘t kantoor,
de uitzendcommissie was een en al oor,
en zag mijn cv met raketten
(bij Aldi om in ’t vriesvak te zetten).
Het Hoofd Personeel was geïmponeerd.
De volgende dag al werd ik gelanceerd.
Maar mijn bliksemcarrière heeft mij verdroten,
want ze hebben mij misgeschoten.

Eerst Pluto, dan Mars, zo was ooit het plan,
maar niks hoor, ik kwam daar dus nooit never an
Eerst zag ik de maan, ik zag sterren,
maar die planeten die bleven nog verre.
Mijn oriëntatie heeft dikwijls gefaald
en ook dit keer ben ik dus verschrik’lijk verdwaald.
Een rondje om dit en een rond om daarginder,
ik werd tureluurs van die Melkweg, ach kinder.
Bij de drie-en-dertigste halve maan
ben ik eensklaps vol op mijn rem gaan staan,
keerde terug naar de aarde met hangende poten
en was geen lichtjaar opgeschoten.

Kwam neer met een klap, waar was ik beland?
Ik dacht eerst aan Bakkum aan zee of breed strand,
maar het was een woestijn met kamelen
met bedoeïenen in zand, die er spelen.
Daar zat ik: geen cent, zonder baan
(voorschotten daar deed het uitzendbureau dus niet aan).
Ik kleedde me in juten zakken,
ben een tijd bij zo’n volk blijven plakken.
En toen ik weer van deze wereld was,
toen liep ik naar huis in een dravende pas,
kreeg liften van boeiings en boten
ben na twaalf jaar hier binnengeschoten.

(Uit: Doe Normaal. 2005).